Toen we voor het Onkruidboek de biologische boer Mees Visser van Landzicht interviewde over onkruid op zijn land vertelde hij ons over zijn grote frustratie knopkruid. Net als hij alle andere onkruiden onder de duim had en de gewassen op het land aan de groei waren, kiemde deze Zuid-Amerikaanse plant. En moest hij een extra wiedronde inlassen om deze plant in te perken. Hoe kan het dat deze plant zo laat pas opkomt?
Dat heeft te maken met de temperatuur die nodig is om deze planten te laten kiemen. Ze houden van lekker warm. Door de klimaatverandering komen dit soort planten steeds meer voor in Nederland. Tijd om ze eens beter te leren kennen.
Wist je trouwens dat knopkruid een heerlijk Zuid Amerikaans keukenkruid is? Als je het zo eet, zou je dat niet zeggen, maar laat maar eens een takje meestoven in een soep of stoofschotel. Je weet niet wat je proeft. Er zijn twee soorten: harig en kaal knopkruid, de een heeft zoals de naam al zegt een harig steeltje. Het maakt niet uit welke je gebruikt.
Nieuwe grassen
Een andere groep planten die meelift op de warme zomers zijn de zogenaamde C4 planten. Deze planten komen oorspronkelijk uit gebieden met hete, droge klimaten. Ze groeien bij hoge temperaturen in zeer korte tijd. Mais is bijvoorbeeld zo’n plant. In het voorjaar staat er nog niets op de akker om vervolgens een aaneengesloten groen vlak te vormen. Een veel snellere groei dan bijvoorbeeld een kool of aardappel.
Deze C4 planten groeien het beste bij een temperatuur van boven de 25 graden. Als ze dan eenmaal op stoom zijn, is er geen houden meer aan. Nu de zomers steeds warmer worden, zie je dan ook een enorme opmars van allerlei (sub)tropische grassen. Je ziet deze grassen dan ook steeds vaker verschijnen in dorpen en steden, langs en tussen de tegels, want daar is het lekker warm. Door op plekken te groeien waar mensen en dieren langskomen, helpen deze voorbijgangers ook aan de verspreiding van de zaden.
Een andere reden waarom ze terrein winnen, is dat deze grassen ongevoelig zijn voor chemische onkruidbestrijding, die meestal gericht is om tweezaadlobbige planten te doden. Grassen vallen in een andere categorie, de eenzaadlobbigen. Sterker nog doordat andere planten zijn platgespoten met een herbicide, pikken zij dat vrijgekomen plekje in.

Hanenpoot
Eentje die al langer als onkruid gezien wordt is hanenpoot. En dan niet zevenblad zoals hanenpoot op sommige plekken in Nederland genoemd wordt. Het gaat om het gras Hanenpoot. Je komt hem vooral tegen op zandgronden, die stevig bemest zijn. Vandaar dat maísboeren deze plant echt verachten.
Relatief nieuwe grassen in Nederland hebben de mooiste namen, zoals straatliefdesgras en handjesgras. Het verhaal gaat dat straatliefdesgras voor het eerst in de rosse buurt in Rotterdams havens is gesignaleerd. Het heeft zich in korte tijd verspreid over heel Nederland.
Als je de halmen met stervormige bloeiwijze van handjesgras van boven af bekijkt, dan kun je daar een gespreide hand in zien. Dit gras kan door zijn ondergrondse wortels en bovengrondse uitlopers een mat vormen. Een ander gras met een vergelijkbare naam die je ook kunt tegenkomen is vingergras. Daarvan staan de aren stijver recht op.
Tot slot wordt Groene Naaldaar steeds vaker in moestuinen aangetroffen. Dit gras vormt losse rechtopstaande pollen rechtopstaand, die tamelijk hoog kunnen worden. Je herkent het vooral aan zijn harige aarpluim.
Pispotje
Een plant die door veel mensen verguist wordt en niets te maken heeft met klimaatverandering is de haagwinde. Haagwinde of pispotje zoals hij ook wel genoemd wordt, komt ook pas vrij laat boven de grond en daardoor heb je hem niet zo in de gaten. Vandaar dat hij thuis hoort in dit artikel over vervelende zomerse onkruidverrassingen.
Vooral als je bijvoorbeeld een pluktuin hebt met vaste planten, kan hij ontzettend lastig zijn. Als de grond nog kaal is, zie je hem niet. Als de andere vaste planten lekker groeien, komt hij met zijn stengel geniepig boven de grond en valt niet op tussen alle bladeren. Het is een plant die andere planten gebruikt om zich aan op te trekken. Als je niet oplet, slingert hij zich een weg naar boven. Zijn blaadjes zijn dan nog klein, maar dat verandert als hij genoeg stevigheid heeft gevonden. Dan worden de bladeren steeds groter, met als gevolg dat ze de plant eronder verstikken.
In het ergste geval ontstaat er een soort deken van bloeiende pispot boven op beplanting. Vaak als je een paar weken weg bent, bijvoorbeeld op vakantie. Triomfantelijk viert hij zijn overwinning met de mooiste witte bloemen.

Doe dit nooit
Als je last hebt van pispot zijn er twee dingen die je niet moet doen. Een: frezen/spitten. Elk stukje wortel dat in de grond achterblijft kan weer een nieuwe plant worden. Ten tweede ga niet aan de plant trekken om hem te verwijderen. Hoe verleidelijk het is om al je frustratie erop te bot vieren. Beter neem je een schaar en knip je hem 10 cm boven de grond af. Je verwijdert daarmee het bladgroen, zodat hij geen energie meer krijgt door de uitgeschakelde fotosynthese.
Vervolgens zet je een bamboestok naast dat afgeknipte stengeltje. Want reken maar dat de pispot zich niet zomaar laat wegsturen. Nee, hij zal snel weer bovenkomen! En daar is die bamboestok voor. Laat hem daarin omhoog klimmen in plaats van jouw liefde planten. De bedoeling is om de ondergrondse wortels uit te putten, dus je laat hem een omhoog slingeren en dan knip je hem weer af. Net zolang tot je hem hebt weggepest.
Suze Peters is schrijfster van Onkruidboek. Een leuk en leerzaam naslagwerk om de ongewenste planten in je tuin beter te leren kennen waardoor je de nuttige kanten gaat zien.


